Staat van het financieel evenwicht (J2)
Schema J2: Staat van het financieel evenwicht
Terug naar navigatie - Staat van het financieel evenwicht (J2) - Schema J2: Staat van het financieel evenwichtHet J2 schema vergelijkt de werkelijk financiële toestand van de gemeente en het OCMW Maldegem met de gebudgetteerde financiële toestand. De cijfers in de kolom "Meerjarenplan" betreffen deze zoals opgenomen in de laatst goedgekeurde meerjarenplanaanpassing namelijk meerjarenplanaanpassing 5 uit 2024 en houd geen rekening met de overgedragen investeringskredieten.


De laatste aanpassing van het meerjarenplan dateert van juni 2024. Sindsdien werden binnen de grenzen van de kredietbewaking meerdere kredietverschuivingen doorgevoerd.
Ook het exploitatieoverschot ligt aanzienlijk hoger dan initieel geraamd. Er werd uitgegaan van een positieve impact van 237.051 euro, terwijl deze intussen is opgelopen tot 1,9 miljoen euro.
Het financieringssaldo werd eveneens positief geraamd, aangezien in 2025 meer leningen werden opgenomen dan voorzien in het meerjarenplan. Dit is het gevolg van het feit dat in 2024 minder leningen werden aangetrokken, doordat een aanzienlijk deel van de investeringskredieten, met name 8,9 miljoen euro, werd overgedragen van 2024 naar 2025. Hierdoor ontstond begin 2025 een bijkomende financieringsbehoefte.
Het beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 3,7 miljoen euro en is 2,5 miljoen euro beter dan verwacht. Dit is te danken aan een hoger exploitatiesaldo, een beter investeringssaldo, een hoger financieringssaldo en een hoger resultaat van het vorig boekjaar 2024.
Het exploitatieoverschot bedraagt 4.996.193 euro en ligt daarmee 64% hoger dan voorzien in het meerjarenplan. Dit is het gevolg van zowel lagere exploitatie-uitgaven (-2,3%) als hogere exploitatieontvangsten (+2,3%).
De lagere exploitatie-uitgaven zijn voornamelijk toe te schrijven aan een daling van de werkingskosten met 319.236 euro (-3,4%) en van de personeelskosten met 490.391 euro (-2,3%). Daarnaast lagen ook de toelagen lager dan gebudgetteerd, met een afwijking van -131.025 euro (-1,7%). De ontvangsten zijn hoger vnl. dankzij hogere operationele ontvangsten (+19%).
Het investeringssaldo is 2,1 miljoen euro slechter dan geraamd, hoofdzakelijk door lagere investeringsontvangsten. Er wordt in de cijfers van het meerjarenplan geen rekening gehouden met de overgedragen investeringskredieten. Er werd voor 2.975.196 euro aan niet-aangewende investeringskredieten en voor 256.306 euro aan nog te ontvangen investeringssubsidies overgedragen naar het volgende boekjaar. Een gedetailleerde toelichting bij het investeringsbudget wordt verderop opgenomen.
Het resultaat uit financiering ligt 2,4 miljoen euro hoger dan gebudgetteerd. Dit verschil is voornamelijk te verklaren door de opname van 10 miljoen euro aan nieuwe leningen, terwijl in het meerjarenplan werd uitgegaan van 8,2 miljoen euro. In 2024 werden minder leningen opgenomen dan oorspronkelijk voorzien, aangezien een aanzienlijk deel van de investeringsprojecten pas in 2025 werd gerealiseerd. Daarnaast lag de opname van leasingschuld ten aanzien van Fluvius in het kader van de verledding van de openbare verlichting 255.000 euro lager dan verwacht. Wanneer Fluvius nieuwe ledverlichting plaatst op het openbaar domein, worden deze investeringen gefinancierd via leasing.
Sinds de invoering van de BBC2020-wetgeving wordt niet langer gesproken over bestemde gelden, maar over onbeschikbare gelden. In 2025 ontving de gemeente een subsidie van de Vlaamse overheid voor infrastructuur voor kinderopvang. Deze subsidies dienen de komende jaren, conform het daartoe opgestelde reglement, te worden toegekend aan organisaties die bijkomende kinderopvangplaatsen realiseren via investeringen in infrastructuur.

De autofinancieringsmarge is beter dan verwacht, nl. +2,9 miljoen euro, dankzij een groter exploitatiesaldo (+64%) en lagere aflossingen van schulden (-39%).
Een positieve autofinancieringsmarge betekent dat er van het exploitatiesaldo, na het vereffenen van de leningslasten, nog middelen overblijven om een deel van de investeringsuitgaven rechtstreeks te financieren.

De gecorrigeerde autofinancieringsmarge wordt berekend door de gecorrigeerde leningslasten af te trekken van het exploitatiesaldo. De gecorrigeerde leningslasten worden berekend door 8% te nemen van de openstaande schuld per 31/12/n-1. Deze 8% redeneert dat alle leningen gemiddeld op 12 jaar worden terugbetaald.
Het geconsolideerd beeld van alle entiteiten: AGB, gemeente en OCMW geeft volgende cijfers:
