Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven

Verklaring materiële verschillen gerealiseerde en gebudgetteerde ontvangsten en uitgaven

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Verklaring materiële verschillen gerealiseerde en gebudgetteerde ontvangsten en uitgaven

De financieel directeur geeft toelichting bij de belangrijkste verschillen tussen het budget en de rekening.

De laatste aanpassing van het meerjarenplan dateert van juni 2024. Sindsdien werden binnen de grenzen van de kredietbewaking meerdere kredietverschuivingen doorgevoerd.

Bij de opmaak van het meerjarenplan 2026–2031 werd het overgedragen gebudgetteerd resultaat van 2025 geraamd in november 2025. Op dat moment was reeds bekend dat er een overschot op het investeringsbudget zou zijn ten belope van 4,6 miljoen euro, terwijl dit in werkelijkheid 6,8 miljoen euro bedraagt.

Ook het exploitatieoverschot ligt aanzienlijk hoger dan initieel geraamd. Er werd uitgegaan van een positieve impact van 237.051 euro, terwijl deze intussen is opgelopen tot 1,9 miljoen euro.

Het financieringssaldo werd eveneens positief geraamd, aangezien in 2025 meer leningen werden opgenomen dan voorzien in het meerjarenplan. Dit is het gevolg van het feit dat in 2024 minder leningen werden aangetrokken, doordat een aanzienlijk deel van de investeringskredieten, met name 8,9 miljoen euro, werd overgedragen van 2024 naar 2025. Hierdoor ontstond begin 2025 een bijkomende financieringsbehoefte.

In onderstaande tabel houden de cijfers van het meerjarenplan rekening met de overgedragen investeringskredieten vanuit 2024, waardoor deze cijfers verschillen van het schema J2 voor de rubrieken investeringssaldo en overgedragen resultaat vorig boekjaar. De overige cijfers komen overeen.

Het beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 3,7 miljoen euro en is 2,5 miljoen euro beter dan verwacht. Dit is te danken aan een hoger exploitatiesaldo, een beter investeringssaldo, een hoger financieringssaldo en een hogere resultaat van het vorige boekjaar 2024. 

Het exploitatieoverschot bedraagt 4.996.194 euro en ligt daarmee 64% hoger dan voorzien in het meerjarenplan. Dit is het gevolg van zowel lagere exploitatie-uitgaven (-2,3%) als hogere exploitatieontvangsten (+2,3%).

De lagere exploitatie-uitgaven zijn voornamelijk toe te schrijven aan een daling van de werkingskosten met 319.236 euro (-3,4%) en van de personeelskosten met 490.391 euro (-2,3%). Daarnaast lagen ook de toelagen lager dan gebudgetteerd, met een afwijking van -131.025 euro (-1,7%). De ontvangsten zijn hoger vnl. dankzij hogere operationele ontvangsten (+19%).

In vergelijking met het vorige boekjaar ligt het exploitatieoverschot 7,2% lager. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van een stijging van de exploitatie-uitgaven met 7,1% ten opzichte van vorig boekjaar. De personeelskosten namen toe met 10,5%, de steunuitgaven met 4,9% en de werkingskosten met 3,7%.

Ook de exploitatieontvangsten zijn hoger dan in het vorige jaar, met een stijging van 5,3%. Deze toename is vooral toe te schrijven aan hogere subsidieontvangsten (+5,6%), fiscale ontvangsten (+5,3%) en operationele ontvangsten (+18%).

Het investeringssaldo is 6,7 miljoen euro beter dan geraamd, hoofdzakelijk door lagere investeringsuitgaven. Er werd voor 2.975.196 euro aan niet-aangewende investeringskredieten en voor 256.306 euro aan nog te ontvangen investeringssubsidies overgedragen naar het volgende boekjaar. Een gedetailleerde toelichting bij het investeringsbudget wordt verderop opgenomen.

Het resultaat uit financiering ligt 2,4 miljoen euro hoger dan gebudgetteerd. Dit verschil is voornamelijk te verklaren door de opname van 10 miljoen euro aan nieuwe leningen, terwijl in het meerjarenplan werd uitgegaan van 8,2 miljoen euro. In 2024 werden minder leningen opgenomen dan oorspronkelijk voorzien, aangezien een aanzienlijk deel van de investeringsprojecten pas in 2025 werd gerealiseerd. Daarnaast lag de opname van leasingschuld ten aanzien van Fluvius in het kader van de verledding van de openbare verlichting 255.000 euro lager dan verwacht. Wanneer Fluvius nieuwe ledverlichting plaatst op het openbaar domein, worden deze investeringen gefinancierd via leasing. 

Sinds de invoering van de BBC2020-wetgeving wordt niet langer gesproken over bestemde gelden, maar over onbeschikbare gelden. In 2025 ontving de gemeente een subsidie van de Vlaamse overheid voor infrastructuur voor kinderopvang. Deze subsidies dienen de komende jaren, conform het daartoe opgestelde reglement, te worden toegekend aan organisaties die bijkomende kinderopvangplaatsen realiseren via investeringen in infrastructuur.

De autofinancieringsmarge is beter dan verwacht, nl. +2,9 miljoen euro, dankzij een groter exploitatiesaldo (+64%) en lagere aflossingen van schulden (-39%). De autofinancieringsmarge is wel gedaald in vgl. met vorig boekjaar, nl. -9%, dit door een lager exploitatiesaldo (-7,2%) en hogere aflossingen van leningen (+6%). 

Een positieve autofinancieringsmarge betekent dat er van het exploitatiesaldo, na het vereffenen van de leningslasten, nog middelen overblijven om een deel van de investeringsuitgaven rechtstreeks te financieren.

Hieronder kan in de grafieken de evoluties van het budgettair resultaat per boekjaar en de autofinancieringsmarge per boekjaar teruggevonden worden.

Algemeen exploitatiebudget

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Algemeen exploitatiebudget

 

De cijfers van het budget verschillen van deze opgenomen in schema T2, doordat er gedurende het jaar nog interne kredietverschuivingen hebben plaatsgevonden tussen de verschillende categorieën van exploitatie uitgaven en ontvangsten. 

Exploitatie uitgaven

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Exploitatie uitgaven

De exploitatie uitgaven zijn 2,3% ofwel 923.988 euro lager dan gebudgetteerd. Dit komt vnl. door lagere personeelskosten t.b.v. -490.391 euro (-2,3%) en lagere werkingskosten t.b.v. -319.236 euro (-3,4%). Ook de toegekende werkingstoelagen (-131.025 euro) waren uiteindelijk lager dan verwacht. De financiële kosten (5.722 euro) en uitbetaalde steun aan OCMW cliënten (10.941 euro) waren boven budget.

 

Personeelskosten

De personeelskosten zijn uiteindelijk lager dan het budget, nl. -2,3% ofwel -490.391 euro. Dit is te verklaren door het later dan verwacht invullen van vacante functies en onbetaalde afwezigheden.

De spilindex werd in 2025  éénmaal overschreden, waardoor de lonen met 2% stegen in maart 2025.

De andere personeelskosten bevatten de uitgaven voor maaltijdcheques, eco cheques, arbeidsongevallenverzekering, hospitalisatieverzekering, pensioenpremies, tussenkomst in de vakbondspremie...

De vastbenoemden gedetacheerd aan het zorgbedrijf zitten vervat in bovenstaande cijfers, voor een totaalbedrag van 2.093.763 euro. Deze kosten worden grotendeels gerecupereerd (2.004.033 euro). Het verschil is te wijten aan langdurig zieken die niet worden doorgerekend. Als een personeelslid meer dan 2 maanden afwezig is, dan komt dit ten laste van het OCMW.

De personeelskosten zijn gestegen in vergelijking met vorig boekjaar (+17%). Dit is voornamelijk te wijten aan nieuwe aanwervingen met een contractueel statuut, de index en trap of anciënniteitsverhogingen, maar ook aan de stijgende responsabiliseringsbijdrage ikv pensioenen. Daarnaast werd omwille van toekomstige besparingen op de RSZ, een wijziging doorgevoerd in het vakantiestatuut van alle contractuelen, van privé naar overheid, waardoor er in december een 2de maal vakantiegeld werd betaald. Er werd geraamd dat na ongeveer 4 jaar deze extra kost terugbetaald is, door besparingen op de RSZ werkgever.

De personeelskosten voor onderwijs zijn 100% gesubsidieerde lonen van de kunstacademie.

De subsidies voor personeelsuitgaven bevatten de sociale maribel (is een korting op de RSZ patronale bijdrage), de regularisatie premie voor de GESCO'S, subsidies VIA (Vlaams Intersectoraal Akkoord) voor het personeel (verhoging koopkracht, kwaliteitssubsidies socioculturele sector), de subsidies voor de lonen van gesubsidieerde leraren van KUMA, de compensatiesubsidie voor de responsabiliseringsbijdrage van de Vlaamse overheid,  en alle subsidies gelinkt aan activering. 

Werkingskosten

De werkingskosten liggen 3,4% lager dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van lagere uitgaven voor onderhoud en herstellingen van gebouwen, erelonen van consultants, onderhoud van het openbaar domein, software- en telefoniekosten, evenals lagere personeelsgerelateerde kosten.

De kosten eigen aan de dienst omvatten onder meer uitgaven voor activiteiten en benodigdheden, bibliotheekcollecties, afvalverwerking, technisch materiaal, onderhoud van dienstspecifieke machines en de aankoop van didactisch materiaal.

De rubriek erelonen en vergoedingen bevat de vergoedingen voor externe ondersteuning van de dienst Ruimtelijke Ordening en de milieudienst, uitbetaalde vergoedingen aan artiesten en theatertechnici, de saneringsbijdrage voor de stortplaats De Burkel aan IVM, de jaarlijkse bijdrage aan RATO (Rattenbestrijding Oost-Vlaanderen vzw) en advocatenkosten.

De personeelskosten omvatten onder andere uitgaven voor reiskosten, de aankoop van wijkwerkcheques, opleidingen, werkkledij en persoonlijke beschermingsmiddelen.

De administratieve kosten liggen hoger dan gebudgetteerd, hoofdzakelijk als gevolg van hogere verzendingskosten en een onverwachte bijdrage voor waterwinning ter hoogte van de voetbalvelden. Deze uitgaven worden nauwgezet opgevolgd. Daarnaast liggen ook de huurlasten hoger dan voorzien, aangezien de zalen van de MEOS (AGB Maldegem) meer werden gehuurd dan initieel geraamd. Tot slot zijn de kosten voor onderhoud en herstellingen van voertuigen gestegen door meerdere onverwachte herstellingen aan voertuigen van de technische dienst.

Toelagen

Het totaalbedrag van de toegekende toelagen is lager dan geraamd (-131.025 euro). De kerkfabriek van Maldegem had in 2024 een overschot op de rekening, waardoor dit werd afgerekend op de toelage van 2025. Daarnaast werden er meer prijssubsidies uitbetaald aan het AGB Maldegem doordat er meer ontvangsten zijn gerealiseerd in de sporthal en in het zwembad.

De toelage in de gewone dienst (exploitatie) van de Politiezone Maldegem was in 2025 uiteindelijk 143,53 euro per inwoner. In 2023 was dit 138,09 euro per inwoner. Voor het Vlaams gewest was dit 189 euro per inwoner in 2024. 

De toelage in de gewone dienst (exploitatie) van de Hulpverleningszone Meetjesland was in 2025 33,05 euro/inwoner. In 2024 was dit 29,38 euro/inwoner. Voor het Vlaams gewest was dit 61 euro per inwoner in 2024. 

Een detailoverzicht van de uitbetaalde toelagen per beleidsitem kan teruggevonden worden in het onderdeel 'documentatie'.

 

Steun cliënten OCMW

De uitbetaalde steun is 10.941 euro hoger dan gebudgetteerd  (+0.5%). De gesubsidieerde steun bestaat vnl. uit steun aan erkende vreemdelingen en aan Oekraïense vluchtelingen, tussenkomst energiekosten, steun aan vreemden in het lokaal opvang initiatief.

De teruggevorderde steun is 149.181 euro hoger dan gebudgetteerd.

In het rapport dagelijkse werking onderdeel sociale dienst kan meer info gevonden inzake indicatoren zoals, aantal kinderen die "Aanzet" ondersteuning krijgen, het aantal leefloners,...

Exploitatie ontvangsten

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Exploitatie ontvangsten

De exploitatieontvangsten zijn 2,3% hoger dan gebudgetteerd. Dit is vooral te danken aan hogere fiscale en operationele ontvangsten, meer terug te vorderen steun. 

 

Operationele ontvangsten

De operationele en overige ontvangsten liggen 11% hoger dan geraamd. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan een hogere bijdrage op het transport van afvalwater, hogere ontvangsten uit terugvorderingen en retributies en uit de verhuur van patrimonium en zalen. Binnen de terugvorderingen zijn onder meer niet-voorziene schadevergoedingen begrepen ten belope van 58.806 euro. Daarnaast lagen de opbrengsten van de dienst Bevolking, met name uit de verkoop van eID-kaarten en rijbewijzen, 90.000 euro hoger dan verwacht. Hierdoor zijn zowel de ontvangsten als de bijhorende uitgaven hoger dan gebudgetteerd.

De opbrengsten uit parkeerconcessies liggen 42.000 euro hoger dan begroot, terwijl ook de concessie-inkomsten voor begraafplaatsen een positief verschil vertonen van 17.000 euro. Daarnaast werden hogere huuropbrengsten gerealiseerd (+66.000 euro) van erkende asielzoekers die nog verblijven in het LOI-gebouw, ondanks het feit dat zij daar niet langer kunnen blijven. Dit is het gevolg van de beperkte beschikbaarheid van geschikte woongelegenheden op de private huurmarkt. Dit is de reden van de lage bezettingsgraad van LOI asielzoekers op het totaal aantal beschikbare plaatsen die het OCMW Maldegem aanbiedt.

De verkoop van M-bonnen ligt opnieuw hoger dan in het vorige boekjaar (+13.480 euro). Voor een gedetailleerde analyse van de evolutie van deze verkopen wordt verwezen naar het rapport dagelijkse werking/lokale economie.

Ook de ontvangsten uit de verkoop van huisvuilzakken liggen boven verwachting, met een positief verschil van 72.000 euro.

Subsidie ontvangsten

De subsidieontvangsten liggen licht hoger dan begroot, met een positief verschil van 19.620 euro. De voornaamste afwijkingen zijn het gevolg van lagere federale subsidies voor het leefloon en het Energiefonds, evenals een lagere toelage van Fedasil voor het LOI, als gevolg van een lagere bezettingsgraad dan voorzien. De hieraan gekoppelde uitgaven liggen eveneens lager dan gebudgetteerd.

Daartegenover staan bijkomende subsidieontvangsten die niet initieel geraamd waren, met name voor e-inclusie (+72.000 euro), klimaat (+23.000 euro), buitenschoolse kinderopvang (BOA-boost, +123.000 euro) en een subsidie voor PFAS-onderzoek ten belope van 50.000 euro.

Daarnaast werden aanzienlijk minder subsidies ontvangen voor de sociale Maribel (-108.000 euro). Dit is het gevolg van het gebruik van de vergelijkingsjaren 2020 en 2021, waarin een daling van het personeelsbestand werd vastgesteld naar aanleiding van de overdracht van de kinderopvang aan een externe partner in 2021.

Het gemeentefonds is lager dan geraamd, nl. -79.835 euro. De verdeling van het Gemeentefonds gebeurt aan de hand van verscheidene maatstaven die opvraagbaar zijn voor de gemeenten maar die op korte termijn door de eigen beleidsbeslissingen niet beïnvloedbaar zijn. Ze zijn goed voor een vast percentage van het fonds en kunnen in vijf clusters worden opgedeeld, opgedeeld in een voorafname en vier andere criteria:

  • bijzondere financiering van de centrum- en kustgemeenten (40,8%)
  • andere criteria:
    • centrumfunctie (8%)
    • fiscale draagkracht (30,2%)
    • open ruimten (6%)
    • sociale maatstaven (15%): aantal leefloners, werkzoekenden, geboorten en sociale huurappartementen

Deze berekening kan teruggevonden worden https://www.vvsg.be/bestuur/financien/gemeentefonds
Vanaf 2016 werden de sectorale subsidies geïntegreerd in het gemeentefonds, dit voor een bedrag van 361.630 euro per jaar dat niet verder geïndexeerd zal worden. In de cijfers werden de sectorale subsidies ook geïntegreerd in het gemeentefonds waardoor het eenvoudiger is om te vergelijken.

 

Fiscale ontvangsten

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Fiscale ontvangsten

De fiscale ontvangsten zijn iets hoger dan verwacht, nl. +77.257 euro of een verschil van +0,4%. Enerzijds zijn er hogere opbrengsten uit de aanvullende personenbelasting (+251.960 euro) maar anderzijds lagere opbrengsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing  (-312.342 euro). Daarnaast werden er veel meer GAS 5 boetes vastgesteld dan verwacht, +96.119 euro.

Investeringen

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Investeringen

De niet-aangewende investeringskredieten voor uitgaven ten belope van 11.189.063 euro, verbonden aan lopende investeringsprojecten van 2024, werden overgedragen naar 2025. Deze kredieten hebben hoofdzakelijk betrekking op rioleringsprojecten, investeringen in gebouwen en terreinen, wegeniswerken, grondinnames, erelonen van architecten en investeringssubsidies.

Ook de niet-aangewende investeringskredieten voor ontvangsten van lopende investeringsprojecten uit 2024, voor een totaalbedrag van 2.273.598 euro, werden overgedragen naar 2025. Dit betreft voornamelijk nog te ontvangen subsidies voor een SPAM-rioleringsproject.

In oktober 2025 werden de investeringen van 2025 heringeschat. Het geraamde investeringssaldo bedroeg op dat ogenblik 13.228.536 euro, wat 4.338.970 euro lager ligt dan het saldo voorzien in het meerjarenplan (17.567.506 euro). Het verschil tussen de hergeraamde investeringen en de effectief aangerekende investeringen bedraagt bijgevolg 2.427.189 euro.

Per 31 december 2025 werden openstaande bestelbonnen waarvoor nog geen factuur was ontvangen, voor een totaalbedrag van 1.794.458 euro, overgedragen naar 2026. In maart 2026 werden daarnaast de niet-benutte investeringskredieten van lopende investeringsprojecten van 2025 overgedragen naar 2026, voor een netto bedrag van 2.718.980 euro.

Het detail van alle investeringen kan teruggevonden worden in de documentatie verder in dit document.

Tussenkomst van de gemeente in het resultaat van het OCMW

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Tussenkomst van de gemeente in het resultaat van het OCMW

Er werd een tussenkomst in het resultaat van het OCMW betaald t.b.v. 6.978.200,69 euro vanuit de gemeente. Dit om liquiditeitstekorten in het OCMW te voorkomen tijdens het boekjaar. Tijdens het jaar worden de betalingen geboekt als vooruitbetalingen. Per 31/12/2025 werden alle bedragen betaald sinds 1/01/2025 overgeboekt als een tussenkomst in het verlies van het OCMW.

Financiering

Terug naar navigatie - Verklaring van de materiële verschillen tussen gerealiseerde en geraamde ontvangsten en uitgaven - Financiering

In 2025 werden voor een bedrag van 10 miljoen euro nieuwe bankleningen opgenomen bij KBC Bank. De leasingschuld voor het verledden van de openbare verlichting is toegenomen met 146.053 euro. In totaal werd 1.657.676,65 euro aan kapitaal afgelost en werd 652.526,47 euro aan interesten betaald. Daarnaast werd één lening van het OCMW vervroegd terugbetaald. Gelet op de hoge interestvoet werd deze schuld hergefinancierd via een lening van de gemeente, wat financieel voordeliger was.

Onderstaande grafiek geeft de evolutie van de schuldenlast voor alle entiteiten weer.